Controle op keerkleppen: steekproefmethode

Onder voorwaarden mag de AQL-steekproefcontrole voor keerkleppen toegepast worden;
• er moeten meer dan 50 controleerbare keerkleppen zijn toegepast
• de plaatsen van alle keerkleppen moeten op tekening vermeld zijn
• onder aanvullende voorwaarden mag de methode ook worden toegepast op zogenaamde deelpartijen. Een deelpartij moet tenminste 16 controleerbare keerkleppen
• hebben.
• In een tabel van WB 1.4G staat aangegeven hoeveel keerkleppen er gecontroleerd moeten worden.
Bij een controle moeten deze altijd betrokken worden:
• de keerklep in de aansluiting op een separate blusleiding (WB 4.5 A)
• de keerklep die toegepast is als afscheiding met installatiedelen waar geen
aerosolvormende tappunten aanwezig zijn;
• de eerste en de laatste keerklep, vanaf het leverings- of
toevoerpunt in de installatie.

De resultaten van de controles moeten bijgehouden worden in het logboek.

Als uit de steekproefcontrole blijkt dat meer dan het toelaatbaar aantal
keerkleppen niet afdoende werkt, moeten alle aanwezige
keerkleppen worden gecontroleerd. Een keerklep die bij een controle niet goed werkt moet worden vervangen of gerepareerd.

Als de werking van controleerbare keerkleppen structureel niet in orde is, zullen waarschijnlijk ook de niet-controleerbare keerkleppen niet goed werken.
Vervuiling is de voornaamste oorzaak dat keerkleppen niet goed werken. Spoelen/reinigen van de installatie is een belangrijke overweging voordat keerkleppen worden vervangen.

Deze aanvulling van WB 1.4G lag ter kritiek tot 21 juni 2011.