3 tips voor berekening terugverdientijd energiebesparing

Het Kenniscentrum Infomil, onderdeel van AgentschapNL, heeft in haar Uniforme Leidraad Energiebesparing een onderdeel opgenomen over terugverdientijden van energiebesparende maatregelen. Hieronder een kleine toelichting op de calculatiemodellen van AgentschapNL.

Rendabiliteit
De terugverdientijd geeft inzicht in de verhouding tussen de investering van een energiebesparende maatregel (minus eventuele toegewezen subsidies of andere fiscale voordelen) en de jaarlijkse kostenbesparingen. Als stelregel geldt dat een energiebesparende maatregel die binnen vijf jaar wordt terugverdiend als rendabel wordt beschouwd.

Berekening terugverdientijd

De terugverdientijd (TVT) kan met behulp van een eenvoudige formule worden berekend. De eenvoudige berekening kan worden toegepast zodra de cashflow, gedurende de levensduur van de maatregel constant is. Het resultaat van deze berekening geeft alleen inzicht in de tijd die nodig is om een bepaalde investering terug te verdienen.

Berekening Netto Contante Waarde

De NCW-methodiek is nauwkeuriger dan de eenvoudige berekening van de terugverdientijd. De NCW-berekening geeft inzicht of een bepaalde investering rendabel is. Bij constante cashflows zijn beide methoden vergelijkbaar, bij een bepaalde levensduur en rendement (zie tabel 1). Op deze basis kan worden geconcludeerd dat een terugverdientijd van vijf jaar (NCW = 0) overeenkomt met een energiebesparende maatregel met een levensduur van 10 jaar. In de NCW-methodiek wordt voor ieder jaar de cashflow apart berekend. De NCW-methode wordt toegepast indien:
■ gedurende de levensduur de cashflow niet constant is;
■ een grote nauwkeurigheid is gewenst, vanwege de omvang van de investering

Tabel 1 : terugverdientijden in relatie tot de levensduur en rendement, bij NCW = 0.

Investeringen
Onder de post ‘investeringen’ moet eveneens rekening worden gehouden met mogelijke opbrengsten. Opbrengsten, zoals subsidies of fiscale regelingen, die aan sommige maatregelen zijn verbonden, kunnen leiden tot een lagere investering. Veelal betreft het de volgende kosten of opbrengsten:
■ Aanschafkosten van bepaalde apparatuur of een techniek;
■ Bouw- en installatiekosten;
■ Opbrengsten van toegewezen subsidies;
■ Opbrengsten van oude installaties/apparatuur;
■ Sloop- en verwijderingkosten.

Besparingen
Om de besparing te berekenen wordt uitgegaan van de geldende integrale energieprijs die voor de inrichting van toepassing is. Het betreft de integrale prijs, dus inclusief vastrecht, transportkosten et cetera. Veelal wordt de BTW niet opgenomen in de berekening. Bij bedrijven die de BTW niet fiscaal kunnen aftrekken (zoals stichtingen) wordt de BTW wel meegerekend. Het treffen van energiebesparende maatregelen kan zeker tot lagere onderhoud- dan wel exploitatiekosten leiden. Dergelijke opbrengsten mogen niet over het hoofd worden gezien.

Bron: agentschapnl.nl